Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En u ook, gravin. Dat is zoo gezellig. Nee, u hier Fantasio, dat ik goed uw gezicht zien kan, en u daar, gravin."

En toen de dichter met zijn lachende oogen over het zieke prinsje zat, grepen de beide handen van den jongen de eene van Fantasio en hij drukte er in een snelle beweging zijn lippen op.

„Nu malle jongen," knorde Fantasio, maar dieper legde zich de trek van goedheid op zijn voorhoofd en rond den mond.

„Ik voel me vandaag net als een schooljongen, die een vroolijke bui heeft, gravin," zei Fantasio toen en hij wendde zich tot de oude dame, die aan de andere zijde van het bed zat.

„Als de regendroppels tikken en ruischen en stroomen en ik luister er lang naar, dan is het of zij gaan zingen allerlei wijsjes met grappige woorden. Luister nu eens, hoort u niet:

„Wij vallen, wij stroomen

Wij hebben pret,

Wij spelen, wij droomen,

Wij hebben pret."

Sluiten