Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Fantasio, toe, lach mij niet uit, en u ook niet, gravin, maar ik zou zoo heel graag de wenschen verhooren van die kinderen. Maar ze moeten niet weten, dat ik het doe. Nu, Fantasio, u zegt niets. U kijkt maar en uw oogen lachen. En de gravin zegt ook niets. Die kijkt heel ernstig."

„Je bent een flink klein prinsje, vindt u niet gravin," vroeg de dichter.

„Ja,' zei de oude dame en ze boog zich dieper over haar borduurwerk heen, zoodat haar gezicht niet te zien was. Toen kreeg ze haar zakdoek en maakte haar bril schoon en knipte tegen het licht.

„Maar mijn prinsje, ik was in langen tijd niet in het dorp. Veel van die kinderen zijn bijna groot geworden. Ik ken hun wenschen niet meer."

„Ik wou, dat ik er heen kon gaan en stilletjes naar hun wenschen luisteren, maar ik ben ziek," zuchtte Peter en er gleed een wolkje van droefheid over zijn gezicht.

„Wil ik er heengaan, mijn kleine Peter?"

„Hoe ver is het?"

„O, ver, heel ver!"

Sluiten