Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat ben ik," riepen verschillende stemmen.

„Ja maar, mijn prinsesje sprak van Pleunis Adrianus."

„Dat ben ik," zei het dikke joggie.

„Die ballen, kijk," zei ik.

Met verrukt gezicht keek Pleunis Adrianus ernaar.

„En dan is er nog een jongen, die zoo heel graag leeren wilde."

Niemand riep nu iets, maar de jongen, die dat gewenscht had, kreeg een vuurroode kleur en maakte zich zoo klein mogelijk.

„Zou het Willem kunnen zijn, meester?" vroeg ik.

„Ja, ja, Willem, dat kan wel," antwoordde de meester.

„Yoor hem zal er een brief bij zijn ouders komen. En als nu Willem wil leeren, dan kan en mag hij het doen."

„O, meester," zei de verrukte knaap.

„En dan moet er nog een zekere Kobus zijn, die van teekenen houdt."

„Ik," zei het baasje met de blauwe oogen en de blonde haren.

Sluiten