Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Voor hem heeft mij het prinsesje krijt en potlood en papier gegeven en die mooie plaat."

„Niet waar," zei het ventje, „die is te mooi," en hij begon te huilen, Peter, werkelijk te huilen met zijn gezichtje tegen den muur.

„Ik had moeite om hem te troosten.

„En Kobus," ging ik door, „als je nu heel erg je best doet, dan komt er ook een brief bij jouw ouders. Dan mag je later teekenen leeren, als die het goed vinden."

„Heusch, heusch," vroeg het ventje en hij deed net zoo dwaas als mijn kleine Peter. Hij vergat, dat ik een „geest" was. Hij greep mijn hand en kuste die. Zoo'n mal, blond ventje! —

Ik zal je nog wel veel vertellen, als ik weer bij je ben, zooals van den jongen, die al die verf gewenscht had en die zijn vinger in een der potjes stak, zoodat zijn haar een groene streep kreeg. Ik geloof niet, dat er één was, die niet kreeg wat hij wenschte. En je had den dreumes met zijn groote koek moeten zien. Zijn vingertjes peuterden er al dadelijk stukjes sucade uit!

Sluiten