Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn kleine, verwende Peter,

Ik kom, hoor, met al mijn werk in mijn valies. Ik kom babbelen met jou en de gravin en luisteren naar de zee en de vogels.

Tot ziens, mijn verwende, kleine man. Ik kom Dinsdag met den morgentrein.

Pas maar op, dat ik je niette hard aan je oor trek. Dag, beste jongen.

Fantasio.

„Gravin, gravin, hoe heerlijk, Fantasio komt," riep Peter, „nu moeten we gauw zijn kamer in orde brengen. Dinsdag, dat is overmorgen."

Van allerlei had nu Peter te bedisselen en toch scheen het hem of de uren langzaam voortgingen.

Maar nu was het Dinsdagmorgen en de trein stoomde het station binnen.

„O, Fantasio, hoe heerlijk, dat u gekomen bent," en de handen van den knaap drukten onstuimig die van den dichter.

„Wel, wel, is mijn kleine vriend zoo blij," lachte de dichter.

Sluiten