Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichter en ging met hem de trap op en troonde hem mee naar een der vertrekken.

„Zie, daar ziet u de zee. Kijk, en daar de bergen en de bosschen. En hier hebben wij de schrijftafel gezet. Dan kunt u alles zien, wanneer u maar even op kijkt. Dat heeft de gravin zoo gewild. En al die bloemen heb ik voor u in de bosschen geplukt. Nu, Fantasio, u zegt niets."

„Ik kijk, Peter; het is hier mooi, heel mooi."

En de dichter trad op het balkon en tuurde naar het prachtige verschiet.

Het prinsje sloeg vertrouwelijk zijn arm om Fantasio heen en vroeg: „Zal het niet vreeslijk gezellig worden?"

„Het is hier heel mooi," herhaalde de dichter.

„Peter," klonk de stem van de gravin, „nu moet Fantasio uitrusten."

„Ja, ja. Tot straks, Fantasio. Wat ben ik blij, dat u er is."

Toen lachten de dichter en het prinsje.

Sluiten