Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zwarte knaap lachte.

„En wat doe jij, Tommy?"

„Niks," antwoordde de jongen. „Ik ben niet sterk genoeg om smidsjongen te zijn. Mijn oom zegt, dat ik nergens voor deug en ik alleen maar den boel opeet."

„En waar hou je van?"

„Van lezen, van verhalen maken," zei de jongen, „zoo mooi als er in boeken staan. Maar ik weet zoo vreeselijk weinig. Ik wou, dat mijn vader mij maar halen kwam. Maar hij is zoo ver weg, zoo vreeselijk ver. Hij is ook blank, maar hij geeft er niet om, dat ik zwart ben. Maar het kan nog zoo lang duren en het is zoo ver, zoo vreeselijk ver over de zee. Ziet u, als je altijd naar het zuiden vaart, dan kom je bij mijn vader. Dien kant uit," — wees het nikkertje met droomende oogen.

„Zoo," zei Fantasio en hij streelde de kroezige haren van den jongen. „Wij worden vrienden, hè Tommy?"

De jongen lachte.

„Dag jongens," zei Fantasio. „Wij gaan nu verder

Sluiten