Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vanavond moesten wij eens de ridderzaal bekijken," zei de dichter. „Het is zulk leelijk weer. De meisjes zullen dat wel prettig vinden. Nu, wat denken jullie er van?"

„We weten het niet, mijnheer Fantasio," herhaalde freule Constance.

En Adelaïde zei niets, maar bracht in keurige hapjes de lekkere pudding naar haar kleine mondje.

En toen het donker begon te worden, zaten in de hooge ridderzaal de gravin, Fantasio, Peter en de twee freuletjes.

Buiten schudde de wind de boomen en boven alles uit hoorde men de branding. De regen zwiepte tegen de ruiten, maar binnen in de zaal zat men gezellig bij elkander. De lampen brandden. De gravin zat voor het theeblad met de fijne porseleinen kopjes; het zilver en kristal glansden met allerlei lichtjes.

„Wat is het hier gezellig," zei Peter, toen er een windvlaag langs het kasteel trok.

De meisjes zeiden niets, maar zaten recht op haar stoelen. Het licht viel op haar blonde hoofdjes, waarop de groote witte strikken het haar nog net

Sluiten