Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wagen geweest om hen te halen. En toen waren ze naar een huisje gebracht, niet ver hier vandaan. Het was net of er nog wonderen gebeurden in de wereld! In dat huisje konden ze allemaal slapen. Eenige dagen mochten zij blijven. Allemaal: vader en moeder, en Grootje, en al de kinderen. En er was brood in de kast en nog heel veel meer, en aardappelen en spek, van alles!

Het was net een sprookje, maar toch waar, echt waar.

„Knijp me toch eens in mijn neus," zei Sofietje maar weer. En ze danste in het bosch en haar broertjes en zusjes deden het met haar mee en Grootje begon te huilen en zei: „dat ik dat nog beleven mag."

En de vader en moeder keken toe en waren stil, heel stil.

O zooveel verhalen kreeg Sofietje nog. Grootje was in den trein wat bang geweest en had vader en moeder een arm gegeven.

En er hadden zooveel menschen thuis in de straat voor de deur gestaan, toen zij weggingen. Allemaal buren, die hun goede reis hadden gewenscht.

Sluiten