Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen, die achterbleven in het kleine huisje in het bosch of zij in een betooverde wereld waren.

„Hoor eens," zei Grootje en zij vouwde de handen; in de verte zong een late vogel.

In het kasteel zei Fantasio: „hoe heerlijk voor Sofietje, dat het zulk mooi weer is."

„Later moeten wij er eens achter zien te komen hoe Sofietje het gevonden heeft, Fantasio."

„Spreekt Uwe Hoogheid van freule Sofie van Ten Bergen," vroeg Constance.

„Nee," antwoordde Fantasio. „Onze Sofietje is de dochter van een bakker."

„O," zei het freuletje en haar mondje werd nog spitser en dunner, „O!"

Toen ging ze weer heel recht zitten en haar dunne vingertjes trokken den draad door het werk. Een koeltje trok langs het terras en waaide even een der blonde haartjes van het freuletje op. Zij streek toen met haar hand langs het hoofd en borduurde toen weer door, al maar door.

Sluiten