Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar langzamerhand kwamen de tongen los. Sofietje vertelde aan de gravin van het groote wonder, dat haar ouders en Grootje een week bij haar geweest waren. Zij waren juist den vorigen dag vertrokken. En al de kinderen hadden wat bizonders te vertellen, want zij begonnen zich thuis te voelen. De gravin lachte ook zoo vriendelijk tegen de kleine gasten, prins Peter keek zoo vroolijk en Fantasio maakte

telkens grapjes.

Toen echter riep opeens freule Adelaïde: „O, kij

eens" en haar vingertje wees vol afschuw naar Har-

men's broertje Kees.

Alle oogen werden toen op Kees Vis gericht, ie iets deed, wat de freuletjes nog nooit hadden gedaan: Kees had de gestoofde vruchten zoo lekker gevonden,

dat hij zijn bord had afgelikt!

Nu schrikte de jongen van zijn misdaad, want zoo vreeselijk verbaasd keken de freuletjes en zoo hard begonnen de andere kinderen te lachen. Daar kon Kees niet tegen; hij zocht troost bij Harmen en begon te huilen. „Kijk naar jezelf," riep Harmen boos tegen de twee meisjes. „Hij heeft jouw bord toch niet afgelikt."

Sluiten