Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vandaag de kinderen hem schreven, alsof zij geweten hadden, dat hun oude vriend zich wat eenzaam voelde op dien herfstdag.

Dat was een brief van Peter.

„Lieve Fantasio," schreef hij, „wat duurt de winter lang. Wat zal ik lang moeten wachten, voor het zomer is en u weer bij mij komt. Maar ik werk flink en blijf altijd gezond. Grootvader is zoo blij, dat ik weer loopen en spelen kan als andere jongens en hij zegt, dat dit uw werk is. De gravin kan het maar niet laten om mij te verwennen, alsof ik nog ziek was. Zij is bang voor elk tochtje en dan plaag ik haar een beetje. Maar toch houd ik veel van haar; zij kan zoo gezellig door haar bril heen kijken en ze wordt nooit boos, als ik een beetje gek doe.

„Ik doe echter mijn best, lieve Fantasio. Want weet u, och ik kan het wel aan u schrijven, want het is zoo vreeselijk prettig, dat u niets gek vindt... En weet u, er zijn zoo van die dingen, die je niet aan iedereen zegt, maar u wel, Fantasio. Ik wou later wel heel flink worden, een echte prins, zooals u zegt. Dan kan ik over alles met u praten. Hè,

Prins Peter. 9

Sluiten