Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

OI> I)E RKKDK VAN COLOMBO.

Met een scherp, ratelend geluid liep de ankerketting van het transportschip af, het schip zwaaide en draaide eenige oogenhlikken en bleef toen stil liggen op de reede van Colombo, op Ceylon. In de verte zag men de stad en het strand en de daarop brekende golven.

De talrijke passagiers lagen allen over de verschansing te kijken, turend naar dat land, dat, God wist voor hoelang, hun gedwongen verblijf zou zijn. Want het schip, dat hier het anker had geworpen, was een schip met krijgsgevangen Hoeren uit ZuidAfrika.

Onmiddellijk werd een stoombarkas te water gelaten en stoomde naar de kust. De gevangenen keken met verlangende blikken dat kleine vaartuig na, dat op zijn weg naar de kust gepraaid werd door een andere stoombarkas, die van de kust kwam.

— Ziezoo, we zijn er, zei een tengere jongen van

Van Balen Diamanten en Paarlen. 1

Sluiten