Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwelijks zeventien jaar, en morgen zullen we wel ontscheept worden.

— Ja, zei een tweede, en dan . . . .?

Hij eindigde zijn zin niet, maar keek verdrietig rond.

— En dan? vroeg een derde van het groepje.

— Dan, zei de eerste spreker, dan worden we opgesloten, ergens op een hei of zooiets, tusschen prikkeldraad en schildwachten met geladen geweren. Adieu, vrijheid!

Een prikkelbare Franschman, die ook tot het „klompje" behoorde, stampte ongeduldig op het dek en zeide:

— Is daar dan geen ontkomen aan?

— Als je maar wist hoe, zeide de eerste spreker.

De Franschman liet zijn blikken met zenuwachtige

haast over de reede dwalen.

— Mon Dien! riep hij uit, daar .... onze vlag'.

Allen keken in de richting, welke hij aanwees.

— .Ta, werkelijk, het is een landgenoot van je, zei er een.

Er lag een bark van welker gaffel de Eransche vlag woei. Lustig, breed, klapperde het dundoek in den wind, om het hart van den Franschman sneller te doen kloppen.

— Vive la France! riep hij, zijn hoed in de hoogte houdend in de richting van het schip.

Een paar Engelsche officieren, die pratend heen en weer liepen, keken om, bleven staan en lachten.

— Ja, zei oen der Boeren nadenkend, als het nu een oorlogsschip was en ze konden hier komen

Sluiten