Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen dadelijk een eind touw zoeken, waarmede zij, toen liet gevonden was, begonnen te spelen.

Middelerwijl maakte Witsen het touw vast, waarlangs zij moesten afdalen, want het was reeds schemer geworden.

Alles was klaar en zij bleven nu, in afwachting van het oogenblik, staan praten, toen opeens een paar matrozen iets tot elkaar zeiden en naar de recde wezen.

W itsen keek zoo snel 0111 dat de andere verbaasd opkeken.

— Wat is er? vroegen zij.

— Kijk eens! riep Witsen uit, daarop hebben wij niet gerekend.

II ij wees hun vier gewapende stoombarkassen aan, die van den wal naderden.

— Ik hoorde daarnet die matrozen zeggen, dat vier stoombarkassen van naclit de wacht zouden houden in zee. Begrijp je?

— Wel vervloekt! klonk het.

Verstomd van schrik stond ons vijftal te kijken hoe de stoombarkassen zich op een rechte lijn schaarden en rondom het schip begonnen te stoonien. Heilige oogenblikken later ontstak n°. 1 haar zoeklicht en liet dat op het transportschip spelen, dat er geheel door verlicht werd. Toen volgden n°. 2, S en 4.

Verslagen, bleek van ontroering, stonden de gevangenen daar; het was of alles samenspande.

De Franschnian was de eerste, die sprak.

— En toch geef ik het niet op, zeide hij. Diable!

Sluiten