Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleek waren en het hart sloeg hun in de keel, zooals men zegt.

Maar het licht bleef uit en Prinsloo maakte van een gunstig oogenblik gebruik om over de verschansing te verdwijnen.

Witsen voelde de lijn, waarop hij de hand had gelegd, trillen en hij ondervond een aandoening van vreeselijke gejaagdheid.

— Coetzee, fluisterde hij.

— Klaar, antwoordde de Kapenaar.

— Vooruit dan!

Coetzee volgde Prinsloo.

— Mayer, zei Witsen, nu jij nog en dan volg ik.

De Duitscher knikte slechts en verdween eveneens.

Witsen kroop onder den waschbak en kleedde zich

uit. 11ij had niemand om hem te waarschuwen en moest dus erg oppassen. Toevallig bespeurde hij op een oogenblik, dat hij uitkeek, dat de schildwacht juist werd afgelost. De onder-otticier met een marinier naderde hem en zij gaven elkaar het consigne over. Dat was een kans en fluks was Witsen over de verschansing.

Hij gleed langs het touw en kwam met een vrij harden plomp in zee terecht. Killend liet hij het los, sloeg de armen uit en begon zacht te zwemmen.

Juist naderde de laatste barkas en begon met haar zoeklicht te werken.

Witsen dook oogeublikkelijk en zwom een eind onder water, voort; toen hij het waagde weer boven te komen, was het licht verdwenen.

Sluiten