Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl hij nog sprak klonk een langgerekt gefluit van het schip en men hoorde het werken van een schroef.

— Heere God! riep Witsen uit, hij vertrekt!

1'rinsloo stiet een kreet van schrik uit en Duhois,

die de voorste was, hief zich in zijn wanhoop een eind uit het water op en liet een kreet om hulp hooren.

In een oogenblik was het vijftal bij elkaar.

— Het schip is weg! klonk het angstig.

— Ja, zei \\ itsen, daar gaat hij; wie kon dat ook denken!

Ver zag men nog slechts de lichten, die hoe langer hoe kleiner werden.

t Is gedaan, zei Coetzee, we hebben de keus 0111 terug te gaan of te verdrinken.

— Terugkeeren? riep 1'rinsloo uit, dat nooit!

— Neen, dat nooit! herhaalde de Franschinan.

— Wat dan? vroeg Coetzee.

— Laten we naar land zwemmen, zei Witsen; ons overgeven kunnen we altijd nog.

— Goed, klonk het, maar waar is de wal?

— Hechts van ons, daar zie je de lichten.

— Dan daar maar op af, zei 1'rinsloo. Rustig en kalm, hoor jongens en vooral bij elkaar blijven.

— .Ia, zei Witsen, we hebben nu al een heel eind gezwommen en als er nu moede worden, kunnen de anderen ze helpen, daarom niet van elkaar gaan. Aan boord is onze vlucht nog niet ontdekt, anders had je al een schot gehoord.

Het vijftal richtte zich naar de kust en 1'rinsloo

Sluiten