Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan er niets aan doen, liet is Allah's wil.

— Zijt gij Mahoniedaan? vroeg Witsen.

— Ja, heer.

— Dus, zei Witsen, die zwarte zalmen hebben ons gered. Wij zullen u het dubbele geven van wat die zalmen u zouden hebben opgebracht, als ge ons herbergt.

— Mijn httis is tot uwe beschikking, zeide de visscher verheugd.

Witsen bespeurde eeneuitdrukking van groote blijdschap bij den man en besloot eens te zien in hoeverre hij gezind zou zijn hen voor geld te helpen. Zonder zijne geheimhouding te koopen, waren zij verloren, want de Engelschen zouden dan terstond op de hoogte zijn van hunne aanwezigheid aldaar. Alles hing dus van deze menschen af.

— Verdient ge veel met visschen ? vroeg hij.

— Neen, sahib, weinig.

— Wat brengt deze visch u wel op?

— Ken of anderhalve shilling.

Witsen meende dat hij hem verkeerd verstond.

— Wat! riep hij, deze hoop visch?

— Ja, sahib, die is niet meer waard.

— Kn daarvoor werkt ge een geheele nacht ?

— Ja, sahib.

— Een shilling, mompelde Witsen.

— Luister eens, zeide hij, wij zullen u tien., twintig-, vijftigmaal zooveel geven als gij ons wilt helpen.

— I' helpen, sahib, waarmede?

Sluiten