Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Door ons te verbergen en voort te helpen.

Maar wie zijt ge dan? vroeg de visscher verbaasd. Gij zijt toch schipbreukelingen, dacht ik.

— Neen, wij zijn ontvluchte gevangenen, Boeren, die van gindsch schip zijn ontvlucht.

De visscher liet van verbazing zijn lange riem rusten en keek van den een naar den ander.

— Boeren! riep hij eindelijk uit, gij zijt Boeren! O, sahib, wij hebben van u gehoord, (jij vecht tegen die honden van Engelschen. O, Allah is groot! A raagt wat gij wilt en wij zullen alles voor u doen.

— Goed zoo, zei Witsen.

— Maar hoe zijt ge dan ontsnapt? vroeg de man verder. Is uw boot omgeslagen of gezonken?

— Neen, wij zijn zwemmend van het schip gekomen, zei \\ itsen en wilden het Fransche schip bereiken, dat daar lag, maar het vertrok vóór wij er waren.

— Wat, hebben de sahibs dat geheele eind gezwommen? riep de visscher uit. Dat doet geen Engelschman u na. .Ta, die Boeren kunnen alles.

\N itsen en de anderen lachten.

— Maar, zei Witsen, als wij het nu eens zijn, dat gij ons zult voorthelpen, dan is het eerste wat gij moet zien te doen, dit, dat wij ongemerkt hij u in huis komen.

De schipper knikte nadenkend.

Daar het nog nacht is als wij aankomen, sahib, kan dat gebeuren, zeide hij.

Want gij begrijpt, dat ge ons moet verbergen.

Sluiten