Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wees gerust, sahib, de Kngelschen zullen u bij ons niet vinden.

De ('atimaron (vlot) vervolgde haar weg op de kust aan; de lichten van Colombo verdwenen langzamerhand en alleen de toorts van het vlot verlichtte de zee rondom het vaartuig.

Plotseling zeide de jongste der twee visschers, die tot nog toe geen woord gezegd had:

— Sahib moet daar niet blijven zitten, maar meer o]) het midden komen.

— Waarom? vroeg W itsen, voor het water? W ij zijn toch nat.

— Neen, sahib, voor de haaien.

— Wat! riep W itsen uit, zijn hier haaien?

— Het wemelt er van, zeide de visscher.

— Goede God en dat wisten wij niet! riep Prinsloo uit.

Allen ontroerden, toen zij dachten aan het gevaar, waaraan zij ontsnapt waren. Niemand had er aan gedacht, dat hier haaien zouden kunnen zijn.

— Wacht, zeide de visscher Z'j komen al, gij zult ze spoedig zien. Kijk maar eens naar die visschen.

I)e duizenden kleine zeebleien en stekelvisschen, welke aanhoudend rondom het vlot zwommen, verdwenen eensklaps in de diepte.

De visscher gaf zijn zoon een teeken en deze doofde snel de twee fakkels uit.

Nu liet donker was, zag men eensklaps op een afstand een paar lichtende strepen achter het vlot.

Van Bai.kn Diamanten en Paarlen. 2

Sluiten