Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Die Jacob Haafaer, waarvan ik spreek, was omstreeks 1783 op Ceylon en reisde daar voor zijn genoegen, toen hij eens eene ontmoeting had met een Portugees, zekeren Manuel de Cruz, een avonturier van de eerste soort. Haafner wilde namelijk naar (andy, wat aan Europeanen niet geoorloofd was en hij meende in den Portugees, die een halfbloed-Portugees schijnt te zijn geweest, den man te hebben gevonden die hem daar heen zou brengen. Werkelijk verklaarde deze er meermalen te zijn geweest en ook van plan te zijn er weder heen te gaan. Doch eerst moest hij naar de bergen van Bocaul, om eene onderneming, welke hij zou uitvoeren zoodra hij een moedig man had gevonden die hem daarbij zou willen helpen.

Om kort te gaan, de zaak kwam hier op neer; dat de Keizer van Ceylon, toen hij Candy moest verlaten, al zijn rijkdommen, bestaande voornamelijk uit paarlen en diamanten, in zijn kotters had laten doen, welke hij in de rivier Mawielieganga had laten zinken. De Portugeezen hadden daarvan gehoord en deden al wat zij konden om dien schat te ontdekken. Eindelijk was het hun gelukt een kist te vinden, maar op weg om hunne buit in veiligheid te brengen, werden zij door de Cingaleezen overvallen en leden een verpletterende nederlaag. Genoodzaakt hun leven te redden door een overhaaste vlucht, verborgen zij die kist met paarlen en diamanten in het Hocaui-gebergte.

— Slechts enkele Portugeezen waren bij dat ver-

Sluiten