Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11a allerlei avonturen, nabij de bergen aan. Reeds waanden zij zich zeker van hunne zaak, toen zich opeens een groote hinderpaal opdeed. Zij stonden namelijk plotseling voor een kanaal of uitgedroogde rivier van omstreeks 30 voet breedte, dat hen van de bergen scheidde en dat kanaal bevatte geen water, tenminste dit konden zij niet zien, maar was tot aan den rand geheel dichtgegroeid met doorns, slingerplanten , heesters en, kortom een ondoordringbare wildernis.

— Zij beraadslaagden wat te doen, maar durfden er niet ingaan, uit vrees voor de wilde dieren, van welke het naar hunne berekening daar moest wemelen. Daarom volgden zij gedurende een paar dagen den loop der rivier, in de hoop ergens een plaats te zullen vinden, waar zij den overtocht konden beproeven. Maar hoe verder zij kwamen , hoe breeder de rivier werd en hoe dichter het warnet van doorns werd.

— Zoo doolden zij rond, tot de Portugees op het denkbeeld kwam de overtocht te beproeven. De arme vent, die het eerlijk schijnt te hebben genieend , was wanhopig dat hij Haafncr in zoon critieke positie had gebracht en besloot in de wildernis door te dringen, terwijl llaatuer achter bleet. Zoodra hij over was, moest Ilaafner dan aan de laadstok van zijn geweer een lang touw binden en daarna den laadstok naar de overzijde schieten. De Portugees zou dan het touw aan een daar staauden boom vastmaken en Ilaafner aan een boom aan zijn kant. Aldus

Sluiten