Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo ver niet en wij zijn nog al niet voor een klein geruchtje vervaard. Laten wij er eens over denken.

— Maar hoe willen wij er komen . . . begon W itsen, .... gesteld dat wij het accepteerden. Hoe wil je daar ongemerkt heenkomen?

— Ja , dat weet ik niet, zei Dubois, daarover zouden we eens moeten praten, zooals we in Transvaal zeiden.

— Ik vind het plan nog zoo kwaad niet, zei Coetzee, wat jij, Prinsloo?

— Ach t is mij goed, als we er heen kunnen, heb ik er niets op tegen om die paarlen en diamanten te gaan opzoeken.

— Ja, zei Witsen, ik heb er ook niets tegen, maar om dat te kunnen doen, zouden wij in het openbaar moeten kunnen optreden.

— Ja , dat is zóó, zei Dubois. Laten wij er Amoedoe eens naar polsen Ken pas hebben wij noodig en wapens en bagage en wat er verder bijbehoort, dus in het geheim kunnen we zooiets niet doen ...

W itsen stiet Dubois opeens aan.

— Stil eens, zeide hij, ik hoor wat!

Allen zwegen en luisterden,

— Sahibs, klonk het zacht fluisterend , daarbuiten.

— 't Is Amoedoe, zei Witsen.

I oen volgde er een geluid als het sissen van een slang.

— Dat is zijn teeken, zei Witsen en stond op.

Met behulp van Prinsloo werd de versperring ter

zijde geschoven en Amoedoe verscheen.

— Wat is er aan de hand, Amoedoe? vroeg

r

W itsen verwonderd.

Sluiten