Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat is vreemd, zei Witsen, Amoedoe heeft toch duidelijk gezegd, dat er bedienden bij waren.

— Ja, maar die zullen misschien naar een der dorpen zijn om inkoopen te doen, zeide Dubois.

— Dat is mogelijk, het is bepaald een reiziger die voor zijn genoegen reist.

— Dat zal wel.

De reiziger was een man van omstreeks veertig jaar met aangename trekken, een grijzen baard en knevel en wit haar. Hij was geheel in wit linnen gekleed, los en luchtig en had een groeten stroohoed op. Toen zijn sigaar op was, nam hij een boek op dat achter hem lag en begon te lezen.

— Ik ga hem omtrekken, zeide Prinsloo op dit oogenblik, wie gaat er mede?

— Ik, zei Dubois.

— Goed, dan blijven wij hier zei Witsen, maar houdt je goed gedekt, anders ziet hij je.

— Natuurlijk, zei Prinsloo.

Het kostte den beiden Boeren niet veel moeite, door den weelderigen plantengroei, ongemerkt den vreemdeling naderbij te komen en weldra waren zij achter hem.

Zij bleven luisterend staan, alsof zij iets hoorden en na een poosje zeide de reiziger in zichzelf, uit zijn boek opkijkend:

— .Ia, Jacolliot heeft gelijk, het is een verrukkelijk land hier!

Dubois stiet een kreet van verrassing uit, want de vreemdeling had deze woorden in het Franschgezegd.

Sluiten