Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I)e vreemdeling sprong op.

— Wie is daar? riep hij in liet Engelsch.

— Een landgenoot van u! riep Dubois, die zich niet langer kon bedwingen.

En tegelijk trad hij naar voren en verwelkomde den vreemdeling in het Fransch.

Mat, riep deze, al even verheugd uit, een landgenoot? (iij zijt zeker hier in den omtrek in betrekking of doet misschien zaken, dat ik niets van uw bestaan heb gehoord, ik, die naar alle Franschen hel) geinforineerd.

Neen, zei Dubois dat is geen van beiden het geval, Ik kan u natuurlijk als landgenoot vertrouwen. W el 1111, ik ben een ontsnapte gevangene.

De vreemdeling keek hem vragend aan.

— Een Boeren-krijgsgevangene, die ontsnapt is, verklaarde Dubois.

VV at r een Boer! Laat ik u de hand drukken, landsman. Zoo gij hebt met de Boeren gevochten? VN at een geluk, dal ik u ontmoet heb, want gij hebt natuurlijk hulp noodig. Kom hier, ga dadelijk mede in mijn tent en vertel mij alles, mijnheer Dubois. Mijn naam is Martin, dr. Martin,

Maar uwe bedienden, mijnheer Martin

opperde Dubois.

Die zijn uit, allen naar het naaste dorp en die komen niet spoedig terug. En al kwamen zij, is het nog niets.

Mag ik dan even mijne kameraden waarschuwen, anders weten die niet

Sluiten