Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP WEG. — DE OLIFANT ALS HOUTHAKKER.

VIII

OP WEG. — DE OLIFANT ALS HOUTHAKKER. NAAR DE ADAMSPIEK.

De heide visschers brachten een schrale oogst inede. I wee bijlen , een paar messen, een piek was alles wat zij van wapens machtig hadden kunnen worden. \ oor dekens hadden zij gezorgd en ook een bijtel en hamer waren meegebracht. Hunne droevige stemming, dat zij hunne vrienden niet beter hadden kunnen helpen, ging echter over in blijdschap, toen zij de van den heer Martin ontvangen wapens zagen.

Met het oog op de mogelijkheid, evenals Haafner indertijd, voor de befaamde droge rivier te komen, hadoen zij om een Hink lang touw gevraagd, wat Amoedoe dan ook had en bovendien, bij gebrek aan andere wapens, een harpoen, die zij bij de \iingst \an haaien gebruikten, en een paar zware haken om aan het touw te bevestigen.

Dien nacht sliepen zij niet veel, want allen waren vervuld van de reis. Amoedoe kwam nog vóór zonsopgang en nadat men het door hem medcgebrachte ontbijt had gebruikt en de rest van de gebraden visschen had ingepakt, brak men op, terwijl Ali hun zijn zegewenschen medegaf.

Sluiten