Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De l.otah-\ eddahs, zei Oul)ois, wel, dat zijn eigenlijk de oorspronkelijke bewoners van liet land, de afstammelingen der Rakshas, zooals men zegt. /ij hebben zich nooit aan de overheerschers van ( eylon willen onderwerpen en hunne zeden en gewoonten zijn nog precies als die duizend jaren geleden waren. Daarom (omdat zij niets van de Engel schen willen weten), dolen zij in de wildernissen rond en dat zij ons volgen zal wel daar vandaan komen, dat zij ginds wonen.

En Dubois strekte den arm uit in de richting van de wildernis, welke zij op het punt stonden te betreden.

_ /!.i k'vcn \an de jacht en van de vruchtenen wilden honing, welke zij inzamelen. Voor het dooden van schadelijke dieren ontvangen zij de door de Engelsche regeering uitgeloofde premiën, maar dat is ook de eenige manier, waarop zij met de overheerschers in aanraking komen. Hun naam is afgeleid van hun wapen, de boog, want het woord Totah^ cddah wil eigenlijk zeggen boogschutter.

Allen luisterden met belangstelling.

Zijn zij heidenen? vroeg Prinsloo.

^ecn > zci Dubois, zij gelooven aan een almachtig (iod; maar behalve dat, ook aan een menigte goede en booze geesten en vereeren ook zeer de nagedachtenis hunner voorvaderen.

— Alles bij elkaar genomen is dat dan nogzoo'n slecht volk niet, merkte Coetzce op. Dat zij zich niet willen onderwerpen, hebben zij met ons gemeen.

Sluiten