Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

speeksel, op den grond lagen de tanden niet de giftblaasjes.

— Verduiveld, dat is handig! riep Prinsloo van zijne verbazing bekomen uit. Zoo iets heb ik nog nooit gezien.

— Ik had er geen flauw idee van wat hij van plan was, zei Witsen.

— Ik zat voortdurend in angst over den kerel, zeide Coetzee.

— Ja, ik ook, zei Witsen, ik heb nog bijna nooit zoo'n beklemmend gevoel gehad als toen ik die slang hem zag naderen. Met is dan toch waar, dat men slangen niet muziek kan lokken.

— O, ja, zei Dubois, dat heb ik zoo menigmaal gezien, alle kerels die vertooningen niet slangen geven, laten ze op de maat van de muziek dansen.

— We moeten zoo'n slangenbezweerder toch nog eens goed aan 't werk zien, zei Prinsloo.

— Als er gelegenheid voor is, zeker, zei Witsen.

— Het is een der vergiftigste slangen, zeide Amoedoe, het dier bekijkend; kijk, die lichtroode vlekjes op de groene liuid bewijzen het. Eerst dacht ik dat het de liaanslang was, maar die is geheel groen.

Het dier was anderhalve nieter lanm.

De \eddah's behandelden het precies als de vorige. Zij vilden liet als een paling, borgen het vet ineen kokertje en braadden het vleesch voor hun tweede avondmaal, ofschoon zij pas gegeten hadden.

— Zij hebben magen als krokodillen , zei Witsen.

Sluiten