Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rivier was hier breeder, het bergstroompje, dat in den aanvang op een beekje geleek, was hier een stroom geworden, waarin zelfs krokodillen en niet weinige ook, zich konden bewegen. Woest was de omringende natuur. Trotsche bergen, weelderige dalen en vlakke streken wisselden af met eeuwenoude bossehen. Het onderzoek werd moeilijker en moeilijker; maar zij weken, wetend van hoe groot belang de zaak was, niet van den rechten weg af.

Op een dezer dagen, na een zeer moeielijk en ontmoedigend onderzoek, zaten zij tegen den avond te praten over den schat.

— Hoe verder wij komen, zeide Dubois, hoe meer ik begin te gelooven dat het geheele verhaal een verzinsel is.

— Dat geloof ik niet, zei Coetzee, je nioogt toch niet aannemen dat zoo iemand opzettelijk onwaarheid vertelt. Neen, ik geloof aan het verhaal van den schat, maar ik twijfel er aan of wij hem zullen vinden.

— Ik ben het met je eens, Coetzee, zei Witsen, ik geloot het ook maar het zal moeilijk te vinden zijn. Zulke dingen vindt men het best bij toeval, zooals die Portugees het vond, toen hij water zocht en de kist vond.

— \erveelt het je al, Dubois? vroeg Prinsloo.

— Ja, zeide de Franschman, het verveelt mij.

— Daar heb je de zaak, zei Prinsloo, en daarom wordt ge ontmoedigd. Als je meer geduld had, zou je niet gaan twijfelen.

Sluiten