Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne legerplaats verwijderd, hielden de Veddah's in en wezen hun een boom aan.

Ifet was een tamelijk bladerlooze boom, die geheel alleen stond en er onder liep een buffel die nu eens 111 woedende vaart rondom den stam draafde, dan weder staan bleef om den kop in de hoogte te steken en de lucht op te snuiven of met zijne hoornen een aanval op den boom te doen.

— Zij hebben gelijk, daar zit iemand in, kijk maar riep Amoedoe.

Ja zij zagen het nu, er zat iemand in den boom, tegen wien de booze aanvallen van den buffel gericht waren en op den grond bij den boom lag zijn geweer.

— Zoo, zei Amoedoe die heeft op den buffel geschoten maar hem slechts gekwetst, toen is de buffel op hem losgegaan en hij is in den boom geklommen , zijn geweer vergetend.

— Ja, zoo moet het geweest zijn, zei Witsen, kom laten wij hem verlossen; hij heeft al an^st, genoeg uitgestaan, denk ik.

Zij trokken voorwaarts, recht op den boom af, de geweren klaar om te schieten.

De buffel stond opeens stil; hij had de lucht gekregen van de naderenden en luisterde, toen wendde "hij den kop in hun richting en bleef kijken.

Kerst lichtte hij den eenen voorpoot op, toen den anderen en stampte ongeduldig op den grond. Het was alsof hij zijn vijanden schatte, om te weten of hij hen met succes kon aanvallen dan wel of hij vluchten moest.

Sluiten