Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zijn meest alle brilslangen, zei Xalla; (1. vv. z. de vergiftigste en gevaarlijkste soort. Prinsloo huiverde.

— Maar gij behoeft niet bevreesd te zijn, zei Nalla; er is niet het minste gevaar bij. Zij verwijderen zich niet van hem.

ben geruimen tijd duurde dit dansen, toen legde de bezweerder zijn fluitje neer, keek de slangen strak aan en maakte met beide handen allerlei bewegingen vlak voor hen.

Het duurde niet lang of de dieren vielen, de een voor, de andere na, plat neer, precies in de houding welke zij hadden aangenomen en bleven als doode dieren liggen.

— Gij kunt ze aanvatten, saliibs, zeide de man. Nalla stond op en noodigde hen uit te kijken. Allen stonden op en naderden, eerst door herhaalde geruststellende verzekeringen der gastheeren daartoe overgehaald, de dieren. Deze jonge helden, die in Zuid-Afrika voor niets gevreesd hadden, geen gevaar hadden ontzien, vreesden die kleine dieren.

De slangen lagen doodstil, nu en dan slechts verried eene rilling dat zij leefden.

— Neem ze gerust op, zei Nalla.

— Nooit, mompelde Prinsloo.

— Neen, zei Coetzee, dat niet.

Nalla nam nu een der slangen op, aan de punt van de staart en tot aller verbazing stak hij het dier als een stok rechtuit.

Gij ziet het, zei zijn vader; zij verkeeren nu

Sluiten