Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W aar moet men die dieren treffen ? vroeg Coetzee.

— In de weeke onderdeden of in de oogen, zeide

r „' want °P hun pantser stuiten de kogels af.

Zij verborgen zich in het groen en hielden de geweren gereed.

Op het meer zwommen overal troepjes vogels: saffraangele eenden, groene talingen en andere, die zij niet kenden.

I)e Hindoe wierp een stuk vleesch in het water en na even te hebben gewacht, volgde een tweede en derde stuk.

De vogels die in de nabijheid zwommen, keken slechts even op maar namen verder geen notitie van het vleesch. Zóó gingen tien minuten voorbij, die den wachtenden jagers veel langer toeschenen.

Opeens stiet Nalla, Witsen, die naast hem lag, aan en wees hem op een donker punt in het water.

— Dat? vroeg Witsen.

— Ja dat is er een, fluisterde de Hindoe,

Onmiddellijk verdwenen alle vogels,

Zij wezen het punt elkander aan , doch geen van allen kon aanvankelijk gelooven dat het een krokodil was.

Het geleek dan ook zoo volkomen op een stuk oud groen-bruinachtig hout, dat slechts meteen punt boven water uitstak, dat vergissing licht mogelijk was. Maar toen zij op dat punt bleven kijken , zagen zij, dat het voorwerp grooter werd. Langzamerhand kwam het verder uit het water te voorschijn en onder zacht kabbelen van de oppervlakte verrees de

Sluiten