Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

marmer— en in het midden een reusachtig altaar van rood marmer met een bed van bloemen belegd, waarop drie vrouwenbeelden stonden.

Om dat altaar stonden een groot aantal wezens geschaard. Waren het menschen of beelden? Men kon het niet goed zien; de een beweerde dat zij leefden, de ander dat het beelden waren.

Opeens zei Nalla, de stilte verbrekend, op gebiedenden toon, zooals men nog niet van hem gehoord had:

- Ga mede, onmiddellijk. Volgt mij, houdt elkaar vast, opdat wij niet van elkander afraken!

— W aarom ? vroeg er een.

Omdat ons leven in gevaar is, zei Nalla met bevende stem.

— Wat?

— Ons aller leven hangt aan een draad; als men ons hier vindt, zijn wij verloren. Volgt mij!

Hij was zóó ontroerd, dat het iedereen opviel.

- Hebt gij elkaar vast? vroeg hij fluisterend.

— .la, klonk het.

— Voorwaarts dan! zei Nalla. Laat geen geluid hooren en ziet niet om , blijft niet staan , wat ge ook hooren moogt, ik herhaal u, dat uw leven in gevaar is!

/ij volgden hem allen en Kamassv sloot op bevel van zijn meester den trein.

Het was een benauwde tocht door die gangen en langs die trappen. Achter hen werd het licht steeds sterker terwijl gezang en kreten weerklonken en eindelijk een woest gebrul dezen onderaardschen tempel als het ware deed schudden op zijne grondvesten.

Sluiten