Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ook dit gaf niet. Na een arbeid van een kwartier waren zij nog geen twee meter diep in de drooge rivier doorgedrongen.

Zij die boven stonden, losten hunne makkers af en zagen ook liet hopelooze van zich op deze wijze een doortocht te banen in.

— Als wij den rommel eens in brand staken, zeide Dubois.

— Dat zon gaan, zei Prinsloo, als wij niet in

and van den vlJ'an(1 waren. De vlammen zouden onze tegenwoordigheid verraden en bovendien, waar /«u de brand, Iner aangestoken, eindigen?

Moedeloos stonden zij op den oever naar den reddenden overkant te kijken, toen Xalla opeens uitriep: '

— Ik weet het. Olifanten, Ramassy, olifanten! Kamassy sprong op van verrassing.

- Olifanten moeten ons hierdoor helpen, zeide In.] ter verklaring, dat is de eenige manier!

- Maar hoe komen wij daaraan?

— O dat is niets, zei' Xalla, Ramassy, je weet zckci ze nier wel te krij^eri ?

Ramassy knikte.

— Spoedig dan, twee is genoeg, zei Xalla. Ramassy snelde heen.

Kunnen die ons er door brengen, denkt gij? vroeg YVitsen.

— O ja, zei Xalla, die kunnen liet, dat is de eenige weg.

Het scheen een eeuwigheid voor de wachtenden,

Sluiten