Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar den nacht doorbrachten; Raniassy meende, dat het jagers konden wezen, maar niemand had vermoeden, dat het de domme Engelschen waren, die daar hun bivak voor den nacht hadden opgeslagen.

Op een wenk van Nalla ging Raniassy op verkenning uit; men moest in ieder geval weten wie daar gelegerd waren.

De Hindoe legde zijn licht gekleurde kleederen af en sloop, onder begunstiging der duisternis, nader, bespeurde de Engelschen en trok zich snel terug.

Men kan begrijpen hoe verrast allen opkeken, bij de tijding dat hunne vervolgers hun nauwelijks een half uur achter waren. Het was duidelijk dat men op moest breken en terstond waren allen gereed.

— Als wij den geheelen nacht voorttrekken, zei Nalla en zij daar blijven, hebben wij een flinken voorsprong op hen.

— .la, zei \\ itsen maar als zij nu eens niet daar blijven, doch slechts een korte rust nemen, wat dan?

— Dat geloof ik niet, zei Nalla; ik ken den zorgeloozen aard der Engelschen en houd het er voor dat zij daar stilletjes blijven tot het dag is.

— Maar gij weet het niet zeker, zei Witsen.

— Neen, dat is zoo.

— En als zij ons na een uur b.v. weer volgden, zouden zij ons dicht op de hielen zijn.

Dat viel niet te ontkennen.

— Maar wat wilt ge dan? vroeg Prinsloo.

Sluiten