Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had de verzoeking niet kunen weerstaan, nu hij er zoo goedkoop kon aankomen, zich van een geweer te voorzien.

XXVI DE SCHAT.

Den geheelen nacht trokken zij zonder ophouden voort en toen zij bij het krieken van den dag eindelijk rust namen , zei Nalla:

— Nog twee dagen en dan zijn wij aan de kust.

— Goddank! klonk het uit aller mond.

Anioedoe braadde op een goed verborgen vuurtje

de visschen, die hem den vorigen ochtend bijna zoo slecht bekomen waren en diende ze sierlijk op bladeren voor. /ij smaakten heerlijk en, zooals onze Boeren hem zeiden, naar meer.

Terwijl zij na het maal hun pijn rookten , zeide Prinsloo:

— Tot zoover is alles goed gegaan, nog twee dagen en dan zijn wij aan de kust en kunnen scheep gaan.

— Als die vervloekte rooineks ons niet pakken, zei Coetzee.

— Adieu paarlen en diamanten, adieu schat; zuchte Witsen.

— .Ia, dat is wel jamnier, zei Dubois. W at hebben we ons daarvan veel voorgesteld.

Sluiten