Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coetzee kroop nog verder en bespeurde de anderen, die naast elkaar lagen bezijden den weg. Allen sliepen.

Snel ging hij terug en vertelde, wat hij gezien had.

— Dan er langs, zei Witsen, voorzichtig gaan we op een afstand van elkaar er langs.

— Goed, zij Xalla, maar laat ik het eerst gaan; als zij soms nog ontwaken of er een wakker is, men kon nooit weten, doen zij mij niets en gij kunt u bijtijds bergen.

— Goed, klonk het zacht.

Met Ramassy ging Xalla voorwaarts en passeerde ongehinderd de wacht.

— Xu vooruit, zei Prinsloo, en wordt de kerel soius wakker, dan op een draf en hem omvergerend.

Met ingehouden adem passeerden zij, links en rechts van den slapenden schildwacht, de slapende menschen en niemand ontwaakte.

— Dat is prachtig gedaan, zei Witsen, duisterend.

Amoedoe was in de wolken, dat dit zoo goed

gelukt was, want de wacht had zich juist geposteerd op een kruispunt, waar ook de weg liep, welken zij moesten hebben om aan de kust te komen. Xu bogen zij er in en hadden de wacht weldra achter zich.

Sluiten