Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zoo, riep de officier verbolgen, zijn de heeren daar eindelijk. Wel, sergeant Knox, ik ben toch benieuwd te liooren, wat gij voor streken uithaalt.

— Ik mijnheer, vroeg de sergeant, die niets van die ontvangst begreep.

— Ja, gij sergeant. Waar komt ge b.v. vandaan?

— Van de wacht, mijnheer. YVTij durfden door den nevel niet teruggaan, want je kon geen hand voor de oogen zien en dus hebben wij gewacht tot hij opgetrokken was.

— Hen ik gek of ben jij het? riep de officier. Wat sta je me daar voor praatjes te verkoopen?

— Maar, mijnheer, riep de ongelukkige sergeant uit, ik vertel u niets dan de zuivere waarheid.

— Dus gij komt thans regelrecht van de wacht?

— Ja, mijnheer regelrecht.

— Anders niet te rapporteeren? vroeg de officier sarcastisch.

— Niet anders mijnheer, dan dat ik fuselier Wales, die op schildwacht stond, slapend heb aangetroffen.

— Ha, ha, riep de officier, slapen op je post, dat zou in oorlogstijd met den kogel gestraft worden, fuselier Wales. We zullen zien. Verder sergeant.

— Verder is er niets, mijnheer.

— En dus wilt gij ontkennen, sergeant Knox, hernam de officier, ziedend van toorn, dat gij daarstraks in den nevel hier zijt geweest?

— Ik, mijnheer! riep de sergeant.

— Ja, gij en dat gij geantwoord hebt, dat alles in orde was?

Sluiten