Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeide hij. Is je vader op de aangewezen plaats?

— Ja, zeide Amoedoe, hij is in den omtrek aan het visschen.

— Hebben de soldaten dan geen argwaan jegens hem ?

— Hoe zonden zij argwaan koesteren jegens een armen visscher, die met zijn carimaton in zee is? vroeg Amoedoe lachend.

— Dat is waar, gaf Nalla toe, als het maar donkerder werd.

— Fleer, zei Raniassy, het zal niet donkerder worden dan nu, de lucht is bewolkt maar straks komt de maan.

— O, zei Nalla, dat is een ramp.

— Wij moeten er door, zei Witsen, met list of met geweld. Laten wij alvast zoo ver gaan als wij kunnen, dan kunnen we van het gunstige oogenblik dadelijk gebruik maken.

Allen vonden dit goed en men ging terstond op weg naar het strand.

Ken half uur later zaten zij aan den voet der bergen op het strand , ziel» schuil houdende tusschen de struiken.

Het was zooals Amoedoe had gezegd; overal zagen zij soldaten; op afstanden van een kwartier van elkaar stonden posten van drie man en daartusschen patrouilleerden voortdurend een sergeant of korporaal met een paar man. Hier en daar waren vuren ontstoken, waarbij de mannen, die niet op wacht stonden, zaten. Tn zee, in de verte, zag men

Sluiten