Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oogen, terwijl Prinsloo en de anderen snel Dubois' arm verbonden.

1? E S L T 1 T.

De catimaron of liet vlot van Ali bestond , zooals alle catiinarons, uit drie verbazend dikke boomstammen , drie van die woudreuzen, zooals men ze alleen in oorspronkelijke wouden nog vindt. Die boomstammen zijn met kokostouwen aan elkander verbonden. Vooraan zijn de balken puntig toegekapt, zoodat zij een scherpen hoek vormen, ten einde gemakkelijk de golven ie kunnen doorklieven; de achterzijde is vierkant bekapt. In het midden holt men dikwijls de boomen over eene vrij groote lengte uit, om eene dieper gelegen plek te verkrijgen, waar de visschen kunnen liggen en zij geen gevaar loopen bij een stortzee over boord te spoelen. Zoo'n vaartuig kan in het geheel niet zinken ; het wordt bestuurd door twee macova's (visschers) door middel van lange pagaaien. Als zij visschen, doen zij dit meestal bij avond en bij nacht. Zij steken een fakkel aan, die voor op het vlot bevestigd wordt, en op dat licht komen de visschen af. Terwijl de een vischt, bestuurt de andere het vlot.

Toen het vuren op had gehouden, zcide Witsen:

— Zijn wij buiten gevaar?

Sluiten