Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anioedoe wierp alles: zeil, touw, visschen, harpoenen boven op hen.

— Verroert u niet, zeide hij, ook al kwamen zij aan boord.

Inmiddels stak Ali de fakkel aan en terwijl Anioedoe zich niet een lange pagaai aan het achtergedeelte plaatste, stuurde hij en begon een Malabaasch matrozenliedje te zingen.

Ali visehte en eiken visch dien hij ving, wierp hij boven op de verscholenen.

— Ik lig in het water, merkte VVitsen aan.

— Ja, het dringt aan alle zijden door de balken heen, merkte Dubois op.

— Stilte sahibs, fluisterde Anioedoe en ging voort zijn liedje te zingen.

liet grijze vaartuig, een kanonneerboot, naderde dicht, zoo dicht als mogelijk was, zoodat Anioedoe alsof hij bevreesd was riep:

— Hallo, schip, vaar ons niet in den grond!

Opeens werd het vlot hel verlicht door den breeden

lichtbundel van liet zoeklicht. Met deed over de

n

man aan het roer, over de visschen, die midden op het vlot spartelden en over Ali, die zich zoo verwonderd toonde, dat hij het visschen vergat.

— Niets, alleen een catimaron! klonk het van het oorlogsschip.

Kn liet schip gleed voorbij.

Toen werd liet zoeklicht zeewaarts gericht.

— Schip vooruit, klonk het plotseling van den uitkijk.

Sluiten