Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik dacht nog al dat je zoo op me gesteld waart," zeide Gustaaf lachend, want hij wist heel goed dat het juist omgekeerd was. „Ik wou juist eens met je praten over de pret die wij morgen zullen hebben, — maar 't is waar ook, je gaat niet mee, hé!"

„'t Staat je al heel gemeen om me nu nog te komen plagen," barstte Nanni uit, en wierp zich voorover in het gras, terwijl zij haar best deed om haar snikken te smoren.

Gustaaf stond een oogenblik overbluft bij deze uitbarsting, die hij volstrekt niet verwacht had, en wist niet goed hoe hij zich moest houden. Nanni zelf hielp hem echter gauw uit de verlegenheid.

't Scheen dat zij zich schaamde, dat zij zich zoo aan haar verdriet had overgegeven, ten minste zij richtte zich eensklaps op en keek haar plaaggeest ferm aan.

„Zeg, zou je nu niet weggaan?" zeide zij, terwijl de tranen nog op haar wangen glinsterden. „Heb je er nog niet genoeg van!"

„Ik mag hier evengoed zijn als jij," antwoordde Gustaaf tartend. Iedereen mag hier loopen!"

Nanni zeide niets meer, maar greep den ronden

Sluiten