Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even over kwamen wippen om het een en ander te bepraten, kwam het ook uit, waarom Nanni niet mee mocht.

„Zeg eens, Rosa, we moeten allerlei dingen meenemen voor de wilde dieren!" riep Mina opgewonden uit.

„Voor de wilde dieren!" herhaalde Cato. „Maar, Mina, die durf ik niets te geven!"

„Och, ik meen voor de olifanten; die zijn zoo mak, dat ze ons hun langen snuit toe zullen steken," hernam Mina, „en dan moeten we er amandelen in leggen."

„Of steentjes,"' merkte Gustaaf aan, die er ook bij was gekomen.

„Hé, hoe flauw!" riep Mina uit, „dan wordt hij immers boos!"

„Juist, ik wou hem zoo graag eens hooren brullen," bekende Gustaaf.

„Ik niet, ik zou mooi bang worden als ze brulden!" bekende Cato huiverend.

„En dan voor de apen!" riep Cato. „Dieeten alles; dat zijn zulke aardige diertjes."

„Ik zie toch liever echte, wilde dieren," hernam Gustaaf. „Die apen kunnen mij al heel weinig schelen."

Sluiten