Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat komt omdat jij eiken morgen een aap ziet!" zeide Mina ondeugend.

„Hoe zoo?" vroeg Gustaaf zonder erg.

„Wel, als je in den spiegel kijkt, om de scheiding in je haar te maken," riep Mina uit, terwijl ze meteen opsprong en zich achter Rosa's stoel verschanste, daar zij wel begreep, dat Gustaaf haar niet met rust zou laten na die uitlegging.

„Kom, ga nu niet vechten," zeide liosa, als vrede-stichtster optredend; „doe dat maar op een anderen keer, Gus, anders moet je maar naar buis gaan!"

„Maar die Mina moet toch een pak hebben!" riep hij.

„Jongens mogen meisjes niet slaan," zeide Cato nu. „Kom, je weet immers dat ze je plaagt; je bent een veel te aardig ventje, dan dat ze je voor een aap aan zou zien."

„Jij houdt me ook al voor den gek," hernam Gus, „maar wacht, morgen zul je wel anders piepen, als ik mijn zakken vol amandelen en rozijnen heb; maar dan..."

„Ik heb niets gezegd, Gus," riep Rosa nu uit.

„Neen, maar Mina en Cato krijgen niets!"

„Och hoe naar!" riep Mina vroolijk uit. „Ge-

Sluiten