Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgeloopen. Zij snelde het bosch in en hield niet op, voordat zij haar lievelingsplekje onder den grooten boom bereikt had.

Daar viel zij op het zachte mos neder en bleef een poosje voor zich uit zitten staren. Niet, dat zij iets zag van hetgeen haar omringde, o neen, haar gedachten waren bij haar schoolmakkers ; zij meende dat zij nu al weggereden zouden wezen, en onwillekeurig kwamen de waterlanders voor den dag. Langzamerhand bedaarde zij echter, en begon zij eens te bedenken wat zij doen zou. Daar blijven dat ging ook niet, want zij wilde niet dat iemand haar zou zien. Zij stond dus op en liep dieper het bosch in, totdat zij op een afgelegen plek kwam, waar bijna nooit de bewoners van Frankendaal kwamen. Daar ging zij op een omgewaaiden boom zitten en haalde een boek uit den zak, dat zij opensloeg en waarin zij aanstonds begon te lezen, 't Was een boek vol mooie sprookjes dat zij op haar laatsten verjaardag had gekregen, en dat haar altijd opnieuw aantrok en boeide.

Zij was niet voornemens naar vrouw Berens te gaan, want dan zou zij moeten vertellen, dat zij haar tantes in den waan had gelaten dat zij

Sluiten