Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee naar Amsterdam ging, en zij wist niet recht waarom, maar zij begreep dat baker dat niet goed zou vinden ; — kortom, zij zou het maar eens probeeren het dien dag zonder eten te doen en in het bosch te blijven ronddwalen.

Maar nu wil ik u toch in gedachten eens laten meegaan met het vroolijke troepje da t feest ging vieren! We moeten ons wel haasten, want ze zijn ons een heel eind vooruit, maar gelukkig halen we hen juist in nu zij uit de Tram stappen die te Amsterdam naar de Plantage rijdt, — en in die Plantage is de dierentuin.

Mijnheer Ebels zorgde er voor, dat het jonge goedje goed en wel den tuin inkwam, en meester Struis hield hen in orde.

„Waar eerst naar toe, meneer?' vroeg de laatste.

„Naar de apen!" riep Öus.

„Naar de olifanten!" zeide Cato.

„Naar de nijlpaarden?" vroeg Ko.

„Volgt mij maar," zeide de heer Ebels, zonder op al die uitroepen acht te slaan. „Ik weet hier den weg, en jullie zult alles zien, dat beloof ik je. Maar niet op je eigen houtje wegloopen of

Sluiten