Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nogmaals diep in het oor drukte en daarna losliet en achter in het hok vluchtte.

Gustaaf voelde zich niet bevrijd of hij sprong aanstonds een heel eind terug en kwam tegen het tegenovergestelde hok terecht, waar een klein aapje hem spottend zat aan te kijken.

„Pas toch wat op, jongeheer, je bent pas verlost, of daar spring je alweer naar een anderen snuiter toe," waarschuwde de oppasser. „Dat kleintje is ook een rakker als hij begint!"

Haastig verwijderde Gustaaf zich, zijn zakdoek stijf tegen het mishandelde oor gedrukt en snelde den tuin in. Natuurlijk liepen allen hem achterna, en verlangde de heer Ebels eerst eens te weten hoe zijn oor er uitzag, en daarna hoe hij zoo in de klem geraakt was.

Het oor bloedde geducht want er waren verscheidene leelijke krabbels op, maar gelukkig waren dat de ergste wonden; in de mouw van zijn kiel was een winkelhaak maar dat was van zoo weinig belang dat toen die met een paar spelden gerepareerd was, niemand er notitie van nam. Een natgemaakte zakdoek deed het bloeden van het oor spoedig bedaren, en toen Gustaaf genoegzaam van den schrik hersteld was, vertelde

Sluiten