Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu legde de heer Ebels er een dubbeltje in, dat het dier heel netjes in 't bakje deed, dat aan den muur hing, nadat hij eerst het dekseltje had opgelicht.

„Nu moet ik hem nog wat geven om op te eten!" riep Mina uit, „dat heeft hij wel verdiend. Kom, Ko, geeft wat amandelen!"

„Er zijn er nog zoo weinig," zeide Ko, die wel graag iets voor zich zelf bewaarde.

„Kom, wees nu niet zoo schrokkig, jongen!" antwoordde Mina verwijtend. „De olifant krijgt het ook niet alle dagen."

„Ik ook niet," pruttelde Ko.

„Hij krijgt anders dikwijls wat lekkers, jongejuffrouw," zeide nu de oppasser, „want als hij zijn kunsten vertoont, geven de kinderen hem bijna altijd wat."

Mina echter stoorde er zich niet aan en grabbelde eenige mangelen uit Ko's tasch, die zij het dier toereikte.

Daarna kwamen zij bij de giraffen, de mooie dieren met hun lange halzen en hooge pooten.

„Wat zijn ze mooi bruin gevlekt!" riep Gustaaf uit, „maar wat is hun lijf kort in vergelijking met hun hals en pooten!"

Sluiten