Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Allerlei snoepgoed, verzeKerae jo, uie er mles van wist; „ik zag dat zij een vuilen mond had, en dus waren er zeker bolussen ook in. want die zijn zoo stroperig."

„Heerlijk, bolussen!" riep Jet watertandend uit. „En eet dat spook nu zoo alles alleen op?"

„We moeten er vanavond eens over spreken, als we naar bed gaan," zeide Jeanne.

„Waarover? Over bolussen?" vroeg Kee. „Die

eet ik liever."

„Och neen, ik meen hoe we Nora beet zullen nemen," zeide Jeanne. „Wees toch niet zoo flauw, kind, om te doen alsof je mij niet begrijpt!"

„Maak nu geen ruzie, Jeanne," riep Mies; „je kunt ook volstrekt niet tegen plagen!"

„Jij zeker wel, hè wijsneus!" riep Jeanne uit, terwijl zij Mies eens flink aan haar lange vlecht trok, waarvoor deze haar tot straf in haar kuiten kneep.

„Ai, dat's gemeen!" riep Jeanne, naar haar

been voelend.

„Die kaatst, moet den bal verwachten!" riep Jet, van haar hooge zitplaats, „'t Helpt niet of we die spreekwoorden al moeten schrijven, Jeanne, als je ze zoo gauw vergeet!"

Sluiten