Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, neen, daar zullen we wel op passen," beloofde Mies.

„Luister eens, Jeanne: heb je geld genoeg?" vroeg Jet.

„'t Zal zoo'n schat wel niet kosten," meende deze, terwijl zij in haar zak naar haar beursje voelde. „Zie eens, ik heb twee dubbeltjes en drie centen!"

„Ik heb ook een kwartje," zeide Mies, „maar we betalen het met mekaar, hoor; anders dan kan ik in geen vier weken jullie en me zelf op balletjes trakteeren!"

„Als je terugkomt, rekenen wij wel af," beloofde Jet; „ik heb geld en Kee en Jo ook, niet waar?"

„0 hemel ja, ik ben zoo rijk als ... als . .. Salomo!" riep Kee uit, die niets anders kon bedenken.

„Salomo was wijs," zeide Jeanne deftig. „Als je dus zei: zoo wijs als Salomo, dan was 't beter."

„Kom, hij was rijk ook," hield Kee vol; „hij was immers een koning en koningen zijn altijd rijk!"

„Nu ja," beaamde Jeanne schoorvoetend, „maar ..."

i

Sluiten